Zo typisch...steeds vinden we overal dieren....levend, half dood en dood.
Het meest frustrerende is dat er dieren bij zijn die opzettelijk zijn achtergelaten in de natuurgebieden aan de Grevelingen en Oude-Tonge.
Zijdehoendertjes, hanen in verschillende soorten en maten, konijntjes in alle kleuren, katten groot en klein.....
Zo vonden we een haan met bevroren poten....we hebben het arme dier gepakt en uit zijn lijden verlost. Een andere haan vonden we een dag later...hij hing dood in de bomen....eerst half verhongerd, want eten is er in die gebieden niet te vinden, en dan die vreselijke kou er nog eens overheen.
Het poesje dat we eerder vonden is helemaal opgeknapt en heeft het reuze naar haar zin bij ons. Toen we haar vonden was ze uitgemergeld, zat onder de teken en had schurftachtige plekjes aan haar oren en staart.....Als we haar niet hadden gevonden......
Waarom ik dit nu allemaal vermeld? Nou.....
ik moest denken aan de mensen die verdwaald zijn.... in verslavingen van drank en/of drugs, of mensen die arm zijn, ziek, in de gevangenis, eenzaam....verstoten..... op plaatsen waar haast niemand komt, zonder eten en drinken, in de kou, zonder beschutting, zonder hulp.....
Mensen die in zo'n toestand zijn, zijn ook extra doelwit van de machten van de duisternis....net als ongedierte zoals teken en luizen en vlooien die een verzwakt dier te grazen nemen.......
Hebben wij, als christenen oog voor deze mensen in hun nood?
Zien wij ze wel, op die plaatsen waar ze zijn?
In de kraakpanden, de gevangenis, de ziekenhuizen, de buurthuizen, de achterafstraatjes, de arme wijken of gewoon bij ons in de straat, in het winkelcentrum of waar we ook heen gaan?
De Here Jezus zegt in Mattheus 25:35, 36
"Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij te eten gegeven. Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij gehuisvest, naakt en gij hebt Mij gekleed, ziek en gij hebt Mij bezocht; Ik ben in de gevangenis geweest en gij zijt tot Mij gekomen."
Maar in de verzen 42 en 43 zegt Hij ook:
"Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij niet te eten gegeven, Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij niet te drinken gegeven; Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij niet gehuisvest, naakt en gij hebt Mij niet gekleed, ziek en in de gevangenis en gij hebt Mij niet bezocht." |